Artikelen uit MKSports magazine 

januari 2018

Knieklachten bij jonge sporters

Diverse soorten knieklachten kunnen een jonge sporter langdurig belemmeren bij het uitoefenen van zijn sport. Perioden van 3 tot 12 weken zijn daarbij geen uitzondering. Gedurende de pre pubertijd en de pubertijd (10-17 jaar) komen knieklachten het meest voor naar aanleiding van de groei. Soms komt een knieblessure voor na een valpartij en blijft het herstel uit doordat het samenvalt met een groeispurt.

Niet elke jonge sporter kampt met knieklachten. Voor degene die wel regelmatig pijnklachten ervaren kunnen sommige knieklachten voorkomen worden. Door in de periode van een groeispurt 3-6 weken niet voluit te sporten, wanneer de eerste pijnsignalen optreden. Niet voluit sporten kan volstaan met niet springen en niet sprinten. Dribbelen en rennen kan vaak zonder pijnklachten, echter minder snel wenden en keren is wel raadzaam. Snelle abrupte of explosieve bewegingen kunnen de pijnklachten doen toenemen.
De knieklachten die hun pijn geven rondom de knieschijf zijn het meest voorkomend. Een bekende is de Osgood-sclatter, deze geeft pijn onder de knieschijf en geeft een bot vergroeiing, daar waar de bovenbeen spier aan het bot vastzit

De aanhechting van de bovenbeen spier gaat over de knieschijf en kan op nog 2 plekken knieklachten geven. Deze zijn misschien minder bekend. De Quadriceps insertietendinopathie waarbij de pijn net boven de knieschijf zit en de Patella tendinopathie, waarbij de pijn direct onder de knieschijf zit.

De locatie van de pijn is voor het stellen van een diagnose heel erg belangrijk. In combinatie met het ontstaan en wanneer de pijnklachten zich voordoen. Indien een jonge sporter herhaaldelijk pijnklachten rondom de knie aangeeft, is het raadzaam om langs de huisarts te gaan voor het stellen van een diagnose of om een kinderfysiotherapeut ernaar te laten kijken.

februari 2018

Enkelklachten bij jonge sporters

Op een onverwacht moment door de enkel gaan of jezelf even verstappen, dat kan iedere sporter overkomen. Een misstap kan zijn op een oneffen ondergrond of een situatie verkeerd ingeschat. In sommige gevallen is er sprake van een verminderde fitheid, slechte nachtrust, griep, verkoudheid, vermoeidheid door overtraining, slecht schoeisel of niet sport specifiek schoeisel.

Er zijn verschillende gradaties van door je enkel gaan. Een inversie trauma of een eversie trauma zijn de meest voorkomende enkel blessures. Het verschil tussen beide is de richting waarin de enkel dubbel gaat. Naast de richting waarin de blessure heeft plaats gevonden, speelt ook de hoogte en de snelheid een rol. Bij een kleine korte zwikking tijdens lopen of lichte dribbel op een effen ondergrond is er meestal alleen schade in de spieren. Verder sporten is dan vaak nog haalbaar. Bij zwikking vanaf een hoogte, bij landingen, tijdens sprints, wenden en keren of duels, is de kans groter op schade van de enkelbanden. Direct verder sporten is dan soms niet haalbaar en het lopen pijnlijk. Wanneer er direct geen steun op de voet genomen kan worden of er een krak gehoord is, dan is de kans op een fractuur aanwezig.

Wanneer schakel je de huisarts in:
Als er direct niet op gesteund kan worden of er is veel pijn bij lopen. Ook wanneer de enkel direct fors dik wordt of zelfs blauw. Een bezoek aan de huisarts is dan verstandig.

Wanneer naar de fysiotherapeut:
Na 48 uur kun je naar de fysiotherapeut bij elke variant van enkel zwikking waarbij er nog pijn voelbaar is bij lopen, rennen of stilzitten. Ook wanneer er nog een zwelling of blauwe verkleuring is. Het is verstandig om de enkel gedurende de eerste 3 weken te laten tapen door uw fysiotherapeut en de opbouw van sportactiviteiten te laten begeleiden. Op deze wijze kan de enkel optimaal herstellen en een instabiele enkel worden voorkomen.

Bij een sporter die regelmatig door de enkel gaat tijdens het lopen, rennen of springen spelen nog andere factoren een rol. Hier kan er sprake zijn van een instabiliteit in de enkel of orthopedische afwijkingen. Bij sporters onder de 18 jaar wordt een kinderfysiotherapeut geadviseerd, om de oorzaak van deze klachten in kaart te brengen. Op deze wijze kan er gerichte oefentherapie gegeven worden om de instabiliteit op te heffen of te verminderen en om te begeleiden tijdens de groei en ontwikkeling van de sportende kinderen.

april 2019

Sporten met X benen

Bij X-benen staan de heupen, knieën en/ of enkels in een valgus stand. Dit houdt in dat de gewrichten naar binnen staan. Bij O-benen is dit omgekeerd. Hierbij staan de heupen, knieën en/ of enkels in de varus stand, naar buiten gekanteld. Er zijn diverse gradaties van deze standen. Deze stand van de gewrichten van de benen wil niet zeggen dat deze gewrichten niet goed functioneren.

Zolang de heupen, knieën of enkels zowel links als rechts gelijkwaardig kunnen bewegen ontstaan er veelal geen pijnklachten. Wanneer de gewrichten een grotere standsafwijking hebben kunnen er problemen ontstaan. Ook wanneer er sprake is van hypermobilteit. Of wanneer de spieren deze gewrichten niet goed onder controle krijgen.

Tijdens de groei van een kind verandert de stand van de heupen, knieën en enkels. In sommige fasen van de groei is een lichte standsafwijking passend bij de normale groei en ontwikkeling van onder andere de voeten en heupen. Wanneer de stand van de gewrichten de kinderen belemmeren bij het lopen of rennen is een analyse van een kinderfysiotherapeut raadzaam

Deze experts op dit gebied kunnen op elke leeftijd en fase van hun groei en ontwikkeling inschatten of het afwijkend is of niet. Bij pijn bij een kind niet afwachten maar gelijk een afspraak maken bij uw kinderfysiotherapeut of huisarts.

Na een kinderfysiotherapeutische screening kan er een goede analyse gemaakt worden en het probleem in kaart gebracht worden. Aanvullend kan dan het advies gegeven worden voor ouders/ verzorgers, trainers en kind. Soms is het raadzaam om de kinderen te zien voor behandeling om de problemen op te lossen. Voor kinderen boven de 18 jaar kan de reguliere fysiotherapie de fysiotherapeutische screening uitvoeren en een passend advies geven. Indien nodig bij klachten of belemmeringen tijdens sporten ook behandelen.

oktober 2018

Spier- of groeipijn?

Spierpijn komt op alle leeftijden voor en is een bekend verschijnsel. De meeste spierpijn komt na het sporten of andere fysieke zware inspanning. Spierpijn kan op verschillende manieren tot stand komen. Een zware training op gebied van kracht of conditie. Een variatie in de training, waarbij het spierweefsel op een andere manier belast wordt. Een verzwaring kan op meerder manieren, langer, zwaarder, intensiever of minder lang hersteltijd tussen de trainingen.

Spierpijn kan 2-4 dagen aanhouden en kan variëren qua intensiteit. Wanneer een maximale inspanning geleverd in kracht of conditie is 5 dagen spierpijn te verwachten. Tijdens de dagen van spierpijn is het lichaam bezig met de cel vernieuwing of verbetering. Tijdens een training worden spiercellen gebruikt. Gedurende 24 uur na de training herstelt het lichaam deze cellen weer. Daarna tussen de 24 en de 48 uur is het lichaam bezig met de training te verwerken en een cel verbetering toe te passen.

Spierpijn is een functioneel signaal van het lichaam waarbij het aangeeft dat het lichaam nog bezig is met de verwerking en herstel van de training. Het is dan ook niet verstandig om gedurende die dagen een zelfde training uit te voeren, aangezien de cellen dan niet de kans krijgen om de verbetering toe te passen. Gebeurd dit regelmatig dan sluipen de blessures in de spieren en gewrichten. Of blijft het lichaam in de opbouw op 1 niveau.

Een goed trainschema is essentieel voor sporters die vaak trainen of zwaar trainen. Variatie is het beste in combinatie met een goede
verdeling in de week. Dag trainen, gevolgd door een dag herstel, dat is ideaal. Is de training zwaarder of intensiever dan kan 2 dagen herstel nodig zijn. Zijn er 2 train dagen achterelkaar gepland, dan is variatie de oplossing. De ene dag meer conditie en de ander bijvoorbeeld kracht. Zijn de trainingen qua doel beide gericht op kracht, pak dan een regio per dag. Is de training voor conditie varieer dan inhoudelijk.

Na 2 dagen dezelfde soort training dan is de derde dag volledig rust nodig. Om het lichaam toch de kans te geven de training te verwerken en de verbetering toe te passen. Gebeurd dit niet dan is er sprake van overbelasting en overtraining.
Wanneer sprake is van overtraining of overbelasting dat verschilt per tak van sport en is afhankelijk van de fitheid van de sporter of de fase van de groei en ontwikkeling bij kinderen. Daarnaast kunnen blessures
simpelweg ook ontstaan door een verkeerde beweging of een val.

Groeipijn is bij kinderen soms lastig te onderscheiden van spierpijn of vermoeidheid. De locatie van de pijn en het moment waarop de pijn zich voordoet is van belang. Spierpijn zit altijd midden in de spieren. Het is voelbaar bij het bewegen en soms trekt het tijdens het bewegen weg. In rust is spierpijn meestal niet voelbaar. Hier is het verschil met groeipijn. Groeipijn komt bij vermoeidheid opzetten, na wat langer bewegen. Qua locatie kan het in dezelfde regio’s zitten als de spieren, want de lange beenderen en de groeischijven zitten onder de spieren
gelegen. Tijdens springen en landen worden de groeischijven het meest belast. Springen en landen op harde ondergronden is vaak direct pijnlijk. Op zachte ondergronden, zoals een trampoline komen de klachten later opzetten. Het meest komt groeipijn voor in rust of einde van de dag. Sommige kinderen worden wakker van de pijnklachten in de benen. Advies bij groeipijn tijdens de nacht is koelen met koude washand of warme washand. Het verschilt per kind wat verlicht. Smeren met een sport gel is ook altijd prettig. Let daarbij wel op de leeftijd welke gebruikt mag worden. Onder de 6 jaar alleen gel voor stoten en vallen gebruiken. Pijnstilling alleen als het meerdere nachten achtereenvolgens voorkomt en de nachtrust van het kind in gedrang komt. Raadpleeg hierbij desnoods de huisarts. Tijdens de periode van groeipijn is het verstandig om springen te minimaliseren.
Bijvoorbeeld pijn ‘nachts dan die week niet springen. Deze periode kan 3 maanden aanhouden en komt met vlagen. De hevigheid kan per kind verschillen. Is de pijn rondom de gewrichten dan gelijk laten controleren. Laat uw kind met pijnklachten niet langer dan een week doorlopen, even korte check bij de kinderfysiotherapeut geeft direct duidelijkheid en zorgt voor een spoedig herstel. Op deze wijze kan u en uw kind zo optimaal mogelijk begeleid worden in de fase van herstel tijdens sporten en spelen. Zonder risico op langdurige schade of uitval in sport.